Statenvragen over havengebied Kats

25 april 2018

De Zeeuwse PvdA-Statenfractie heeft kennis genomen van de grote onrust in het Zeeuwse dorp Kats. De dorpsraad en vele inwoners van Kats maken zich zorgen over mogelijke grootschalige bebouwing aan de Oosterscheldekust bij Kats. Momenteel zit er grootschalige zware industrie bij de haven in Kats. Het bestemmingsplan van 1970 geldt tot op heden in het gebied. Het college van Noord-Beveland heeft dit bestemmingsplan sindsdien nooit geactualiseerd.

Voor de PvdA is het belangrijk dat er een invulling van de haven komt die draagvlak heeft bij de omwonenden en die landschappelijk een verbetering is ten opzichte van de huidige situatie. Wij vinden het belangrijk dat inwoners in vroeg stadium betrokken worden bij plannen en nieuwe ontwikkelingen in hun omgeving. We verwijzen in dit verband ook naar de motie die onze fractie op 10 februari 2017 samen met GroenLinks heeft ingediend en die vrijwel unaniem door Provinciale Staten is aangenomen. Dit issue is nu voor de inwoners van Kats hoogst actueel.

Naar aanleiding hiervan hebben de Statenleden Anton van Haperen en Ralph van Hertum van de Partij van de Arbeid de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland gesteld:
1. Is uw college bekend met plannen, hoe prematuur dan ook, voor een verblijfsrecreatieve ontwikkeling bij Kats? Wat weet het college over de nieuwe invulling van de haven van Kats? In hoeverre is het college betrokken bij nieuwe plannen voor de invulling van het havengebied?
2. Welke ruimtelijke kaders gelden, zowel op het niveau van het bestemmingsplan als op het niveau van het Omgevingsplan / Omgevingsvisie, voor een nieuwe ontwikkeling in de haven van Kats?
3. In de recent vastgestelde Kadernota Omgevingsplan is voor de Deltaranden sprake van gebiedsprocessen in de geest van de Kustvisie waarin overheden, belangenorganisaties en bewoners een inbreng kunnen leveren. Ziet uw college in het geval van de omgeving van Kats ruimte voor zo’n gebiedsproces als bijdrage aan een gedragen plan?
4. Is uw college ook anderszins bereid bij de gemeente Noord-Beveland aan te dringen op een vroegtijdig betrekken van de burgers bij de planvoorbereiding in de geest van de eerder breed aangenomen motie in Provinciale Staten? Zo nee, waarom niet?